Indo Indisch Indonesisch

Indische Nederlanders

indonesische-indische-keuken
Indonesisch of Indisch  ⟩  Indo

Indo   Indisch   Indonesisch   Indische Nederlanders

"Je bent Indisch? O, je bedoelt Indonesisch!" De meeste Indo’s zal deze opmerking bekend voorkomen. Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, vormen een van de grootste etnische minderheidsgroepen van ons land. Tussen 1945 en 1965 kwamen circa 200.000 Indo’s naar Nederland, omdat er geen plaats meer voor hen was in het postkoloniale Indonesië.
Toch blijken veel autochtone Nederlanders weinig te weten over Indo’s. In Nederland komen mensen vaak niet op het idee, dat iemand Indisch is. En als ze horen dat dat het geval is, zeggen ze vaak: "O, Indonesisch". Men weet vaak niet wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch.

Indische Nederlanders, ook wel afgekort tot "Indisch" of "Indische", zijn Nederlanders afkomstig uit de voormalige Nederlandse kolonie: Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Nogal wat mensen vragen zich af wat eigenlijk het verschil is tussen Indischen en Indonesiërs. 'Halve' Indo's bestaan niet, je bent Indo of je bent het niet. Met een paar druppels Indisch bloed, is men al 'Indo' dat weer kort is voor Indo-Europeaan.

Het woord Indo-Europeaan werd vanaf de negentiende eeuw gebruikt. Het voorste deel Indo, is afgeleid van het Griekse Indoi dat Indië betekent en op zijn beurt weer afgeleid is van Indus. Indo-Europeanen zijn nazaten van Europeanen die in Indië woonden. Indo is dus niet afgeleid van Indonesië, deze term werd in 1850 door James Richardson verzonnen en vanaf 1900 in academische kringen buiten Nederland en door Indonesische nationalistische groeperingen gebruikt, voor die tijd komt het begrip Indo-Europeaan al voor in de literatuur. Voordat het begrip Indo-Europeaan zijn intrede deed werden ze, onder andere door de VOC, mestiezen genoemd. Dat was een verbastering van het Portugese begrip mestiço.

Betekenis ' Indonesisch '

¹ In⋅do⋅ne⋅sisch  (bijvoeglijk naamwoord)
  van, in, uit Indonesië

² In⋅do⋅ne⋅sisch  (het; o)
  in Indonesië gesproken taal

Betekenis ' Indisch '

Indische Nederlanders. Nederlanders afkomstig uit Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) zowel Indo-Europeanen (Nederlanders van gemengde afkomst, afgekort tot Indo's) en Totok's (volbloed Nederlanders), en hun nazaten.

In⋅disch (bijvoeglijk naamwoord)
(Nederland) van, in, uit voormalig Nederlands-Indië


Indo

Indo (halfbloed): in het koloniaal verleden werd dit beschouwd als een ietwat aanstotelijke en te vermijden afkorting van Indo-Europeaan. Eigenlijk is een indo iemand van gemengd Europees en Aziatisch (maar ook Afrikaans) bloed. Thans allang geen scheldwoord meer. Jonge Indische Nederlanders gebruiken de term de laatste tijd zelfs meer en meer als geuzennaam, als uiting van trots over hun Indische identiteit. Indo werd al opgetekend in 1898.

"Bij de behandeling der Europeesche praktijk werd deze weer onderverdeeld in die bij de rasechte Hollanders, de vreemdelingen en de Indo’s, en elk dezer groepen nader besproken." (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 29/04/1918)

"Maar bovendien – en dit is de tweede oorzaak – de inlander ziet in den Indo slechts den bastaard; de Indo is voor hem ‘anak soendal’, het voor den Indo meest grievende, want zijn moeder beleedigend, scheldwoord." (De Groene Amsterdammer, 07/01/1922)

"We praatten over de meest uiteenlopende onderwerpen, zonder omwegen, vaak snel en hard als een rechtse directe bij het boksen. Over God en geloof, over mensen, over opvoedkunde, over verschil en overeenkomst tussen Blanda’s en Indo’s, over onszelf en over onze opvattingen van zedelijkheid." (Vincent Mahieu, Tjies, 1958)

Indonesisch

Indonesiër

We spreken over Indonesiërs als we het hebben over de oorspronkelijke bevolking, bijvoorbeeld Javanen, Sumatranen, Balinezen.


Indisch

Indo

Indische Nederlanders zijn Nederlanders van Nederlands-Indische afkomst.

Tot de Indische Nederlanders behoren niet alleen de 'mengelingen' oftewel de Indo-Europeanen, maar ook de volbloed Europeanen/Nederlanders (totoks) die in Nederlands-Indië zijn geboren of opgegroeid zijn in de Nederlands-Indische cultuur.

"Graag laten we u het echte Indonesië proeven. Reis mee en proef het zelf..."


Indo-Europeaan

De termen Indo, afkorting van Indo-Europeaan maar ook Indisch of Indische, voor Indische Nederlander worden gebruikt om mensen van Indo-Europese afkomst aan te duiden.

Ten tijde van het Nederlandse koloniale bewind in het huidige Indonesië werd de term Indo-Europeanen gebruikt om de nakomelingen uit relaties tussen blanke (Nederlandse/Europese) mannen en inlandse (Indonesische) en andere Aziatische vrouwen aan te duiden die deel uitmaakten van de Europese maatschappelijke laag van de Nederlands-Indische samenleving.
Omstreeks 1940 leefden naar schatting 170.000 tot 200.000 Indo-Europeanen in Nederlands-Indië. De huidige Indische Nederlanders (Indo-Europeanen) zijn hier grotendeels de nakomelingen van.

Een nog grotere groep met gemengd bloed is het aantal Indonesiërs met een Europese voorvader die in 1940 al was opgegaan in de Indonesische bevolking. Indonesische wetenschappers schatten dat een miljoen mensen in hun land ook Europese voorouders hebben.

Andere termen

• Blauwe: Indo-Europeaan, de oorsprong is een punt van twist. Werd en wordt gebruikt als scheldwoord en geuzennaam.

• Petjoe(k): Indo-Europeaan, scheldwoord, oorspronkelijk Javaans voor Aalscholver.

• Kleine Boeng: minder bedeelde Indo-Europeaan die aan de rand van de kampong woonde.

• Belanda Hitam: Zwarte Hollander, De term werd door de Javanen gegeven aan de Afrikaanse soldaten die op Java in met name Purworejo, Semarang en Surakarta gingen wonen met hun Inlandse vrouwen en hun gemengde nakomelingen. De eerste 44 Afrikaanse soldaten die voor het KNIL in Ghana werden geronseld, waren voornamelijk afkomstig uit Afro-Nederlandse (gemengdbloedige) families. De meeste Belanda Hitam's hebben zich vermengd met Indo-Europeanen.

• Mesties: Indo-Europeaan, afkomstig van het Portugese mestiço, dat 'van goed ras' betekent wat relatief gebruikt werd om onderscheid te maken tussen de 'wittere' Indo's en de Inlanders.
Een mesties is een persoon geboren uit een Europese, vaak Spaanse of Portugese, vader. In bredere zin wordt iedereen van gemengde etnische afkomst wel mesties genoemd. Het woord is afgeleid van mixtus, van het Latijnse miscere (mengen).

• Kasties: Indo-Europeaan,afkomstig van het Spaanse castizo, dat 'van goed, zuiver ras' betekent wat relatief gebruikt werd om onderscheid te maken tussen de 'wittere' Indo's en de Inlanders.

• Mixstice: Indo-Europeaan, van het Latijnse miscre dat mengen betekent.

• Testies: Indo-Europeaan met een Hollandse vader en een Indo-Europese moeder.

• Toegoenees: mengbloeden uit de wijk Toegoe (Tugu) bij Batavia (Jakarta). Toegoenezen stammen af van Mardijkers vermengd met Indo-Europeanen.

• Mardijker: van oorsprong de naam voor vrijgemaakte slaven en krijgsgevangenen maar waren meestal mengbloeden van verschillende herkomst. Hun voorouders kwamen uit India, Makasar, Bali, Ambon, Banda, Portugal, Afrika.

• Blasteran: een Indo-Europeaan, afgeleid van bastaard. Wordt in het huidige Indonesië gebruikt waar de oorsprong niet altijd bekend is.